20 jaar Leo Smit Stichting
Componisten en repertoire
Logon


Lex van Delden
(1919-1988)

Lex van Delden


Lex van Delden werd geboren als Alexander Zwaap. De meeste van de ongeveer dertig partituren die hij tot in de Tweede Wereldoorlog schreef, gingen in 1944 verloren tijdens het bombardement op Nijmegen. Het was nog niet de grootste ramp die Zwaap gedurende deze jaren trof. In 1943 werden zijn ouders naar Sobibor afgevoerd; zij keerden niet terug. Zelf zwierf hij onder de schuilnaam Van Delden langs een aantal onderduikadressen en deed hij verzetswerk. Een exploderende carbidlamp maakte hem aan één oog blind. Het ontnam hem de mogelijkheid om neurochirurg te worden, wat vóór de oorlog zijn ambitie was.

Na de bevrijding stortte hij zich onder de naam Lex van Delden daadkrachtig in het muziekleven. Naast het componeren werkte hij als muziekjournalist bij Het Parool; later was hij onder meer voorzitter van Buma/Stemra. Hij leverde een stroom van composities af en was in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw een van de meest gespeelde componisten van zijn generatie. Werken als de Derde Symfonie (1955) en Musica sinfonica (1967) stonden bij het Concertgebouworkest op de lessenaars. Van Delden schreef tevens voor gezelschappen als het Noordhollands Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest en het Nederlands Blazers Ensemble. Hij componeerde in opdracht van de regering, was "lijfcomponist" van harpiste Phia Berghout en schreef graag voor amateurgezelschappen. Uit een aantal van zijn werken blijkt een diepgevoelde sociale bewogenheid. Het orkestwerk In memoriam (1953) is bijvoorbeeld opgedragen aan de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland in 1953; Canto della guerra (1967) voor koor en orkest vormt een felle veroordeling van de oorlogvoering. Van Deldens grote productiviteit vóór en achter de schermen, zijn niet te stuiten levenslust en zijn sociaal engagement kunnen in verband worden gebracht met de zware tegenslagen die hij in de oorlog te verduren had gekregen. Dat is tenminste de mening van acteur en zanger Lex van Delden jr., de oudste zoon van de componist. De misère stompte zijn vader niet af, verbit- terde hem niet, maar bracht hem na de oorlog als mens en als musicus juist tot volle ontplooiïng.

Een idealistische wil tot leven spreekt eveneens uit Van Deldens muziek. Gevat in een heldere structuur horen we daarin vaak scherpe contrasten tussen dramatische en lyrische passages. De ritmiek is levendig. Composities ontstonden in de regel uit een spontane opwelling – een sterk, kernachtig idee, dat pas later "door rede en intellect" werd gecorrigeerd. Een fraai voorbeeld is de Derde Symfonie. Dit werk gaat uit van een beknopt thema, dat in een kleurig spel van variatie wordt gezogen. Ondertussen verandert het van vorm en karakter en komen steeds nieuwe aspecten uit het aanvankelijk eenvoudig schijnend idee naar voren. De ondertitel luidt dan ook "Facetten".

Van Delden pleitte zijn hele leven voor een groter aandeel Nederlandse en hedendaagse muziek in het reguliere repertoire.

Desalniettemin werd hij in de jaren zeventig het mikpunt van de Notenkrakers, een groep jonge componisten en musici die het orkestbestel verkalkt en zichzelf onbegrepen vonden. Van Delden werd beschouwd als boegbeeld van een generatie die vernieuwing tegenhield. Bovendien sloot zijn muziek tonaliteit niet op voorhand uit – een halsmisdaad in die dagen. Dat Van Delden in 1969, temidden van juichende recensies, de Notenkrakers- opera Reconstructie "danig onder de maat" had genoemd werkte ook niet in zijn voordeel. De spanningen liepen hoog op. In de jaren daarna klommen de Notenkrakers echter zelf op in het muziekleven, en eind jaren zeventig was de angel uit het conflict. Konrad Boehmer, de zelfverklaarde "theoreticus van de Notenkrakers", sloot in de jaren tachtig zelfs vriendschap met zijn voormalige opponent; zijn oordeel over Van Deldens muziek werd aanmerkelijk milder. "Van Deldens werk staat in de traditie van de slanke, pragmatische muziek van de Franse impressionisten," aldus Boehmer. "In die zin is het van belang voor de Nederlandse cultuur."

Jochem van der Heide


Selectie van werken

Rubáiyát 1948 gemengd koor, 2 piano’s en slagwerk
Vocalise op. 29a-bis 1951 cello en piano
Impromptu 1955 harp solo
Pianoconcert 1960
Piccolo concerto 1960 12 blazers, pauken, slagwerk en piano
Concert voor twee strijkorkesten 1961
Sinfonia concertante 1964 11 blazers
Fluitconcert 1965
Musica notturna a cinque 1967 harp en 4 celli
Strijkkwartetten 1954, 1965, 1979
Strijksextet 1971

Luister naar Lex van Deldens 'Sonatina Eroica' opus 53, gespeeld door Jan Wijn en op Reclafoon 78 toeren opgenomen (collectie Donemus).

homepage