20 jaar Leo Smit Stichting
Componisten en repertoire
Logon


Samuel Schuijer
(1873-1942)

Samuel Schuijer


Samuel Schuijer werd op 9 september 1873 geboren in Den Haag in een gezin van negen kinderen. Zijn ouders hadden een juwelierszaak en waren waarschijnlijk niet onbemiddeld. Het was een muzikaal gezin: vijf zoons werden beroepsmusicus. Op de huwelijksakte van Simon (1872) staat vermeld dat hij 'stafmuzikant' was. Elie (1879) was dirigent, solofagottist en altist. Daarnaast was hij opera kapelmeester in vele buitenlandse plaatsen en componist van o.a. 2 operettes. Aaron (1881, ook bekend als Arie) was cellist bij de Koninklijke Militaire Kapel en vanaf 1910 solocellist bij de opera in Frankfurt a/d Main en componeerde ook. Tenslotte staat ook de een na jongste, Joseph (1883), te boek als musicus.

Schuijer studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag vele vakken, waaronder viool, fagot en theorie. Het gedenkboek bij het honderdjarig bestaan van het Haagse conservatorium in 1926 vermeldt dat in 1887 ene S. Schuyer het eindexamen trombone met goed gevolg heeft afgelegd. Vermoedelijk gaat het hier om zijn oudste broer Salomon, die in dat jaar twintig werd. Op zijn huwelijksakte staat echter vermeld dat hij toneelspeler was. Twaalf jaar later komt weer een S. Schuyer in de lijst voor, dit keer voor het diploma violoncel. Dit kan goed Samuel geweest zijn, jaren later trad hij als cellist op tijdens een radio-uitzending. Maar vlak na zijn studie was hij vooral actief als eerste fagottist in verschillende Nederlandse orkesten. Hij maakte zelfs als solofagottist een tournee door Europa met het orkest van Ed. Strauss. Daarna was hij als repetitor verbonden aan de Franse opera in Den Haag. Schuijer moet dus ook een goede pianist geweest zijn. Zijn volgende stap was 'eerste kapelmeester' bij de opera in Gent. Na een kort verblijf in Parijs vestigde hij zich tenslotte definitief in Den Haag. Hij werd er bekend als dirigent, componist, violist en leraar.

Op 24 oktober 1894 huwt Samuel Schuijer Elisabeth Alter, toneelzangeres. Ze krijgen drie zoons: Abraham (1891, wordt pianist), Marinus (1895, sterft als baby na drie weken) en Louis (1901, wordt cellist).

In het eerste decennium van de twintigste eeuw componeerde de jonge Schuijer al een respectabel aantal liederen, voornamelijk 'in den volkstoon'. Regelmatig werd zijn werk bekroond door het Vlaamse Willemsfonds. Maar ook muziekdrama's en opera's van zijn hand werden in die periode met succes uitgevoerd. Toch verdiende hij met componeren waarschijnlijk niet genoeg om zijn gezin te onderhouden.

In de jaren twintig formeerde Schuijer zijn eigen orkest, speelde daarmee in diverse horecagelegenheden (café-restaurant "Hollandais" en hotel-restaurant "De Twee Steden" in Den Haag). Tevens verzorgde hij met zijn orkest de muzikale omlijsting van films en theaterproducties, bijvoorbeeld in theater Odeon en bij de film Robin Hood van Douglas Fairbanks. Met zijn zoon Louis (die inmiddels een succesvol cellist was), violist Eddy Waisvisz en altist S.L. Wertheim vormde hij het Residentie-Strijkkwartet. Op het repertoire stonden kwartetten van Schubert en Haydn, maar ook Smetana en Debussy. In december 1925 verscheen in Het Vaderland de eerste advertentie voor Sam Schuijers Muziekschool, dan nog gevestigd aan het Oranjeplein in Den Haag. Lessen worden aangeboden in piano, viool, theorie en zang. In het voorjaar van 1927 verhuist de muziekschool naar de Laan van Meerdervoort en wordt het aanbod aanzienlijk uitgebreid. Het doel van de muziekschool is 'het geven, zoowel aan eerstbeginnenden als aanverdergevorderden, van uitstekend muziekonderwijs tegen billijke prijzen door uitsluitend bevoegde eersterangs leerkrachten'. Naast Samuel en zijn zoon Louis waren dat o.a. Sophie Haase-Pieneman (zang), Anton Witek (meestercursus viool), Ella Alter (dans) en Richard Heuckeroth (operazang). Lessen konden gevolgd worden voor veel blaas- en strijkinstrumenten, maar ook in compositie, directie en muziekgeschiedenis.
Intussen werd Schuijer gekozen als (bestuurs)lid van de Nederlandse afdeling van de Franse auteursrechtenorganisatie SACEM en dirigeerde hij regelmatig verschillende orkesten, waaronder het Residentie-orkest. Kortom, Sam Schuijer moet een prominente rol gespeeld hebben in het Haagse muziekleven voor de Tweede Wereldoorlog.

blader door deze partituur
Of hij ook als componist een rol van betekenis gespeeld heeft is minder duidelijk. In de vroege twintigste eeuw was de belangstelling voor Nederlandse muziek in de concertzalen sowieso gering. Ook tijdgenoten als Dopper en Wagenaar, die wel hun plek verworven hebben in de standaardwerken over de Nederlandse muziekgeschiedenis, werden nauwelijks gehoord. Schuijer beklaagde zich hierover in de krant. Hij kon het Residentie-orkest niet vermurwen zijn bekroonde Preludium uit te voeren en moest voor de première uitwijken naar Stuttgart, waar hij op 12 januari 1930 het werk zelf dirigeerde met het 'Philharmonisch Orchester' in een geheel Nederlands programma met o.a. de ouverture Driekoningenavond van Joh. Wagenaar. Het concert is uitgezonden op de Duitse Mühlacker radio. Ook het Lamoureux-orkest te Parijs nam Preludium op het repertoire en voerde het op 28 december 1930 uit in Parijs. Het Stuttgarter Philharmonisch Orchester voerde op 12 februari 1932 Schuijers Muziek voor Orkest uit o.l.v. Emile Kahn. Deze wereldpremière werd wederom uitgezonden via Mühlacker radio. Het orkest liet voor deze gelegenheid voor eigen rekening de orkestpartijen uitschrijven.

Geboren in 1873 hoorde Schuijer nog tot de generatie componisten die stevig geworteld waren in de negentiende eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog viel deze school volledig uit de gratie. Maar Schuijer was zeker niet doof voor de muzikale ontwikkelingen van zijn tijd. Hij bezocht regelmatig jazzconcerten en luisterde met een kritisch oor. In Het Vaderland schreef hij: "Meestal krijgen wij een chaos van geluiden te hooren, meestentijds een oorverdoovende cacophonie. (....) The Queens Melodists echter hebben hun ooren beter te luisteren gelegd. Bij hen geen banaliteiten, géén gebrul van tuba, géén glijbaantrombone, géén gemier van saxophone of clarinet, geen gebarsten trompetgeluid, géén kermistrom en bekken. Zij musiceeren beschaafd, perfect, geestig, met gezonden smaak..." Schuijer had ook belangstelling voor filmmuziek. Zijn suite voor groot orkest Rolprent was bedoeld om te gebruiken bij een film naar keuze.

Door zijn verblijf in Parijs zal Schuijer bekend zijn geweest met de Franse school, maar in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten heeft hij zich hierdoor nauwelijks laten beïnvloeden. De Duitse krant Schwabische Merkur constateert over zijn Muziek voor orkest uit 1932 dat de compositie zich "niet verliest in allerlei klankgespeel, maar de tastbare melodie tot haar recht doet komen." Schuijer verwerkte in deze compositie rond het thema 'Moederland en Koloniën' verschillende volksmelodieën. De recensent van Het Vaderland is niet onverdeeld positief. Hij vindt dat Debussy het Javaanse element met een 'luttel aantal noten' beter verklankt heeft dan Schuijer en stelt beleefd dat het werk 'knap en achtenswaardig' is, maar dat de 'fantasie niet sterk is' en het werk niet van 'eenigerlei opmerkelijke persoonlijkheid' getuigt.

Tot 1939 verschijnen er regelmatig berichten in Het Vaderland over nieuwe composities van Schuijer en uitvoeringen van zijn werk. Daarna wordt het stil. Het laatste officiële document is de overlijdensakte, waaruit blijkt dat hij op 11 december 1942 in Auschwitz omgekomen is.

Over Samuel Schuijers laatste jaren is weinig bekend. De dochter van een pianoleerling van Schuijer herinnert zich hoe haar moeder vertelde over het wrede lot van haar pianoleraar: zijn beide handen werden afgehakt. Het laatst bekende adres van Samuel Schuijer is Laan van Meerdervoort 430. Van hem is een Jokos-dossier aanwezig, wat betekent dat na de oorlog door nabestaanden een claim is ingediend voor tijdens de oorlog geroofde inboedels.

De oudste zoon Abraham is met zijn vrouw en twee dochters omgebracht in Auschwitz. Zoon Louis werd op 11 juni 1943 in Sobibor vermoord.

Carine Alders

Selectie van werken

Sonate in A groot (ongedateerd, vóór 1938) viool en piano
Zomernacht Idylle (1930?) symfonieorkest
Zomeravond (1916) tenor en piano

De enige werken die bewaard zijn gebleven van Sam Schuijer zijn door kinderen op straat gevonden. Het Nederlands Muziek Instituut heeft deze muziekmanuscripten voor volgende generaties veilig gesteld. Klik hier voor een overzicht van werken in het archief.

In de muziekbibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep bevindt zich de partituur van Schuijers 'Serenade'. Via www.muziekschatten.nl kunt u deze partituur virtueel doorbladeren of downloaden.


homepage