20 jaar Leo Smit Stichting
Componisten en repertoire
Logon


Daniël Belinfante
(1893-1945)

Daniël Belinfante


De suggestie onderzoek te doen naar de Nederlandse componist Daniël Belinfante kwam in 2004 van een Italiaanse pianist. Duidelijker kan niet worden geïllustreerd hoezeer deze Amsterdamse componist van het muzikale toneel was verdwenen. Aanvankelijk lijkt de persoon Belinfante haast een muzikale Osewoud, de verzetsman uit Hermans’ Donkere kamer van Damokles, aan wiens werkelijke bestaan de lezer steeds meer gaat twijfelen. Gelukkig zijn de grote contouren van Belinfantes leven inmiddels zichtbaar geworden, vooral aan de hand van onderzoek in het Amsterdams Gemeentearchief.

Belinfante werd in 1893 geboren in een groot Amsterdams-joods en zeer muzikaal gezin. Vader was diamantslijper en gaf de jonge Daniël zijn eerste vioollessen, die vervolgens werden overgenomen door zijn oom Sidney, die waarschijnlijk een professioneel violist was. Tevens studeerde hij piano, vermoedelijk bij Ary Belinfante. Toen Daniël in 1928 naar Blaricum verhuisde was hij inmiddels getrouwd met de zangpedagoge en componiste Martha Dekker (1900-1989), met wie hij leiding gaf aan de door hem in 1915 opgerichte Muziekschool in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Onder de docenten van deze muziekschool waren nogal wat leden van het Concertgebouworkest; Belinfante zelf en o.a. Karel Mengelberg gaven pianoles. Vanaf 1934 werd er voor amateurs en vakleerlingen ook een "Jazzklasse" aangeboden, de eerste in zijn soort. Opvallend genoeg werden ook deze lessen gegeven door leden van het Concertgebouworkest. Tijdens de oorlog dook Belinfante onder, wat hem er niet van weerhield om vanaf zijn onderduikadres in Amsterdam verzetswerk te doen. Hij huurde zelfs een woning, onder een valse naam, waarin hij onderduikers opnam. Toen hij daar op een dag berichten van de Engelse radio wilde komen doorgeven werd hij gearresteerd. Via Westerbork belandde Belinfante in Auschwitz en vandaar in Fürstengrube. Ondanks zijn sterke constitutie kwam hij uiteindelijk door een beenziekte terecht in de ziekenbarak, die bij de nadering van de Russen in januari 1945 door de Wehrmacht in brand werd gestoken. Zo kwam Belinfante vlak voor de bevrijding om het leven.

Op 12 juli 1945 vond ten huize van Martha Belinfante een concert plaats, georganiseerd door de Muziekschool. Martha had de oorlog overleefd en het directeurschap van haar overleden echtgenoot overgenomen. Op het programma stonden, naast werk van Martha zelf, werken van o.a. Händel, Debussy en Ravel, maar verrassend genoeg niet van Daniël Belinfante. Voorzover we kunnen nagaan is de muziek van Belinfante na de oorlog niet meer gespeeld. Maar hoe was het voordien met uitvoeringen gesteld? In de omvangrijke collectie partituren van het Nederlands Muziek Instituut zijn veel speelaanwijzingen bijgeschreven, maar aanwijzingen over concertuitvoeringen ontbreken. Wel werd Belinfantes muziek regelmatig gespeeld op zijn muziekschool en gaf hij aan zijn betere leerlingen zijn pianomuziek als studiemateriaal. Belinfante heeft waarschijnlijk een gebrek aan respons gevoeld. Concerten kunnen de componist immers helpen eventuele correcties aan te brengen en hem stimuleren aan een volgend opus te beginnen.

Persoonlijke documenten mogen dan grotendeels verloren zijn gegaan, gelukkig bezitten we nog wel de meest essentiële nalatenschap van de componist: zijn muziek. Daarin is de invloed van de eigentijdse Franse muziek direct hoorbaar. Zo valt het frequente gebruik van bitonaliteit op, het gelijktijdige gebruik van twee verschillende toonsoorten, zoals met name veel werd toegepast door Milhaud. Ook een zekere weerbarstigheid in de klank, een veelal ostinate ritmiek en een fijnzinnig oor voor bijzondere harmonische kleuren doen aan Belinfantes Franse tijdgenoot denken.

Van Belinfantes kamermuziek die in de afgelopen jaren is uitgevoerd (de orkestmuziek wacht nog geheel op ontsluiting) maakt het Concertino voor piano indruk door een heldere en montere schrijfwijze. Het Kwartet voor twee violen, cello en piano is donkerder van kleur en treft door zijn dramatische kracht. Uit het uitgebreide oeuvre voor piano solo mag met name de Derde Sonatine geslaagd worden genoemd. De twee strijkkwartetten, uit 1931 en 1941, wachten nog op een uitvoering, evenals de sonates voor viool respectievelijk cello en piano. Het is aan de huidige generatie musici om het zorgvuldige muzikale selectieproces te voltooien.

Marcel Worms

Bron: voor dit artikel is gebruik gemaakt van het onderzoek dat Wim de Vries en Ger Poppelaars deden voor de 4-delige radioserie 'We waren met meer', uitgezonden in 2005.


Selectie van werken

Sonatine nr. 3 (ongedateerd) piano
Trio 1941 fluit, hobo en fagot
Kwartet 1927 twee violen, cello en piano
Concertino 1936 piano, fluit, hobo, viool, altviool, cello en contrabas

Een piano-uittreksel van het Concertino is verkrijgbaar bij Broekmans & Van Poppel.

De manuscripten zijn ondergebracht bij het Nederlands Muziek Instituut. U kunt hier de manuscripten inzien en kopieën opvragen.

Ook de onvolprezen Muziekbibliotheek van de Omroep heeft enkele werken in de collectie.


homepage